Bouw Informatie Raad (BIR)

De bouwsector staat voor een grote uitdaging. De kwaliteit van het bouwen kan worden verbeterd door betere samenwerking in de keten. De productie en het onderhoud van bouwwerken kan effectiever en efficiënter: minder faalkosten, lagere kosten beheer en onderhoud, lagere stichtingskosten en een kortere doorlooptijd.
Dit kan worden gerealiseerd door afspraken te maken over informatieoverdracht tussen de (productie)processen van de diverse partijen in de bouwketen (standaardisatie). Het beheer en onderhoud kan worden gerationaliseerd op basis van goede vastlegging en uitwisseling van informatie en gegevens van een bouwwerk.

De Bouw Informatie Raad heeft het initiatief genomen voor een programma om in de sector te gaan werken met bouwwerkinformatiemodellen (BIM). Hierbij kan een gestandaardiseerde informatieoverdracht plaatsvinden, waarbij elke organisatie met de eigen systemen kan blijven werken. Het is belangrijk dat veel diverse partners in de keten aanhaken bij het initiatief van de BIR, alleen dan kan het een succes worden. Dit is een kwestie van willen, maar vooral ook een zaak van doen. Zo zijn in de Raad opdrachtgevers, aannemers en ingenieursbureaus vertegenwoordigt. Namens Breijn en Heijmans heeft ir. H.W.J.A. van den Broek, directeur van Breijn, zitting in de BIR.

Het overzicht over de diverse onderdelen van de keten is nu versnipperd. Hierdoor worden zaken over het hoofd gezien die leiden tot herstelkosten verderop in het ontwerpproces of tijdens de uitvoering. Er vindt veel „handmatige‟ overdracht van gegevens plaats met een groot risico op fouten. Bovendien moeten dezelfde handelingen soms meerdere keren worden uitgevoerd door verschillende partijen.
Communicatie tussen de partijen vindt in veel gevallen nog mondeling plaats of via niet geautoriseerde schriftelijke documenten, waardoor de legitimering van handelingen en beslissingen te wensen overlaat en borging achterwege blijft.

Is de wil tot samenwerken aanwezig? Ja, de Bouw Informatie Raad streeft dit ook na en heeft veel bijval gekregen van bedrijven en opdrachtgevers in de sector, die vinden dat de samenwerking beter moet. Hoe gaan we dat dan doen de komende periode? Het antwoord is drieledig:

  1. Ketensamenwerking kan alleen succesvol zijn als organisaties in de bouwketen zelf aan de slag gaan en tijd en energie investeren om in de eigen organisatie de voorwaarden te gaan scheppen voor het werken met BIM. Dit zal een intensief traject zijn waarin men planmatig ervaring gaat opdoen met het werken met een bouwwerkinformatiemodel. Dit traject zal stapsgewijs plaatsvinden over een aantal jaren, waarbij van elke ervaring wordt geleerd voor de volgende stap. Door de ervaringen met elkaar te delen kan een versnelling worden gerealiseerd bij de invoering. De sector zit nu op een kantelpunt. Het is een grote uitdaging waarvoor de sector nu staat. Enkele organisaties hebben al de eerste stappen gezet. Daarbij stuit men ook op onderwerpen die de eigen organisatie overstijgen en alleen op het niveau van de keten of sector kunnen worden uitgewerkt. Werkenderwijs gaan we ontdekken welke aanpak werkt, waarna men kan gaan opschalen. Tevens zal vanuit de praktijk blijken op welke punten de standaarden en afsprakenstelsels moeten worden verbeterd en aangevuld. Door het delen van de ervaringen kan op het niveau van de sector een versnelling van de implementatie worden gerealiseerd. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen zo ervaring opdoen op kleine schaal. Na verloop van tijd zijn er voldoende marktpartijen in staat om met BIM te werken, zodanig dat dit geleidelijk door opdrachtgevers kan worden voorgeschreven bij aanbestedingen zonder marktverstoringen.
  2. De Bouw Informatie Raad gaat ICT-bedrijven benaderen om risicodragend te investeren in het ontwikkelen van software voor informatiemodellen voor bouwwerken. De standaarden moeten worden opgenomen in de software die wordt ontwikkeld voor de bouwsector. De ICT-sector heeft op haat beurt behoefte aan de zekerheid dat de bedrijven in de bouwketen hierbij samenwerken. Een BIM zorgt voor eenduidige structurering en centrale opslag en beheer van alle relevante informatie over een bouwwerk gedurende de hele levenscyclus. Dat wil zeggen van nieuwbouw tot en met beheer en onderhoud. Het BIM is een digitaal en meerdimensionaal model van een bouwwerk dat systeemonafhankelijke uitwisseling van gegevens mogelijk moet maken, en is de motor voor nieuwe ontwikkelingen in de bouwketen.
  3. De BIR stimuleert daarnaast dat noodzakelijke standaarden en afsprakenstelsels worden ontwikkeld voor het modelleren, definities voor objecten en voor de communicatie tussen diverse partijen in het bouwproces. Op dit vlak is al een aantal grote stappen gezet. De ervaringen bij de implementatie in de sector vormen een belangrijke input voor aanvulling en verbetering.

Als de bouwsector nu de handen inéén slaat kan er een sprong worden gemaakt in de invoering en ontwikkeling van BIM. Sectorbreed wordt dan het signaal gegeven dat men hierin daadwerkelijk wil gaan investeren. De ICT-bedrijven hebben behoefte aan zekerheid dat het initiatief door de bouwsector wordt gedragen en uitgevoerd, om zelf te gaan investeren in de ontwikkeling van software.

Vertegenwoordigers van de onderwijssector hebben de bereidheid uitgesproken te investeren in het onderwijs. Zij willen in de opleidingen voor de bouw ruime aandacht besteden aan het ontwikkelen van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn voor de nieuwe wijze van (samen)werken in de keten. Hiervoor zoekt zij graag aansluiting bij partijen uit de bouwsector, om de inbreng vanuit het beroepenveld te garanderen.

Een aantal toepassingen van BIM is nu al mogelijk. Met een visualisatie vanuit een BIM kan sneller een beeld worden verkregen van wat er gevraagd, c.q. geleverd wordt, en het is dan ondersteunend aan de specificatie van een programma van eisen.
Een andere belangrijke functie is dat tijdens het ontwerp (on)mogelijkheden sneller aan het licht komen en dat de planning van bouwfasen goed kan worden ondersteund. In sommige gevallen kunnen uit het digitale ontwerp al de hoeveelheden worden afgeleid. Door het eenduidig vastleggen van gegevens van een bouwwerk kan ook het beheer en onderhoud worden gerationaliseerd.
Stapsgewijs zal het palet aan mogelijkheden worden uitgebreid, waardoor de efficiëntie en het aantal toepassingsgebieden zullen toenemen.